Gepubliceerd op 29 Oct 2026 door Birgit Wijnands
Gemeenten stellen terecht hoge duurzaamheidseisen aan hout dat zij inkopen voor de openbare ruimte. Maar wat gebeurt er met het hout van bomen die in diezelfde gemeente worden gerooid? Nog te vaak eindigt waardevol stadshout als biomassa. Met het PEFC-programma 'Bomen Buiten het Bos' ontstaat een nieuwe mogelijkheid om de waarde van dit hout beter te benutten. Boomrooierij Weijtmans pleit voor samenwerking in de hele keten.
Hout voor bruggen, straatmeubilair, speelvoorzieningen en andere toepassingen in de openbare ruimte moet steeds vaker aantoonbaar afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bronnen. Gemeenten stellen daarvoor eisen aan de herkomst en certificering, bijvoorbeeld volgens PEFC of FSC. Dat is een goede ontwikkeling. Tegelijkertijd doet zich een merkwaardige tegenstelling voor.
Wanneer diezelfde gemeente bomen laat rooien, wordt het vrijkomende hout regelmatig versnipperd en afgezet als biomassa. Niet omdat het hout ongeschikt is voor andere toepassingen, maar omdat het scheiden, sorteren, transporteren en verwerken van verschillende houtstromen extra tijd en geld kost. Daarmee gaat potentieel waardevolle grondstof verloren voor hoogwaardige toepassingen.
Met het programma 'Bomen Buiten het Bos' maakt PEFC Nederland het mogelijk om ook bomen buiten traditionele bosgebieden onder duurzaam beheercertificering te brengen. Denk aan bomen langs wegen, in parken, plantsoenen en andere stedelijke groenvoorzieningen.
Wanneer het bomenbeheer aantoonbaar aan de certificeringseisen voldoet en de herkomst van het vrijkomende hout traceerbaar blijft, kan dit hout als gecertificeerde grondstof zijn weg vinden naar de houtverwerkende industrie. De gemeente Zwolle heeft als eerste gemeente ter wereld laten zien dat dit mogelijk is, ook de gemeente Dordrecht maakt werk van waardevol hergebruik. Daarmee wordt een belangrijke verbinding gelegd tussen duurzaam bomenbeheer en circulair grondstoffengebruik.
Bij Boomrooierij Weijtmans wordt al jaren gewerkt aan het zo hoogwaardig mogelijk benutten van vrijkomend hout. Maar een boomrooierij kan dat niet alleen. De bestemming van het hout wordt voor een belangrijk deel bepaald voordat de eerste zaag in de boom gaat. Gemeentelijke beleidsmakers, boombeheerders, inkopers, aannemers, houtverwerkers en afnemers hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat. Daarom pleit Weijtmans voor een integrale benadering van de volledige levenscyclus van de stadsboom. Van aanplant en beheer tot het rooien, sorteren, verwerken en opnieuw toepassen van het hout. Dat vraagt om andere afspraken in aanbestedingen, aandacht voor de kwaliteit van vrijkomend hout en samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Kees Weijtmans, directeur van Boomrooierij Weijtmans, verwoordt het in vakblad Stad+Groen als volgt: 'Er moeten binnen onze opdrachtgevers mensen zijn die de toegevoegde waarde ervan inzien om het hout gecertificeerd te krijgen. Het is voordeliger om alles door de versnipperaar te halen en als biomassa af te zetten dan er verschillende sortimenten uit te halen. Maar ik vind dat zonde. Wij gaan niet voor winst op de korte termijn; onze horizon ligt verder.'
Hoogwaardig hergebruik betekent niet dat iedere stam geschikt moet zijn voor meubels, balken of andere duurzame houtproducten. Houtsoort, kwaliteit, afmetingen en conditie bepalen welke toepassingen mogelijk zijn. Het uitgangspunt is eenvoudig: geef iedere houtstroom de hoogst haalbare, zinvolle toepassing. Waar mogelijk als constructiehout, meubels of andere producten met een lange levensduur. Waar dat niet kan, zoeken we naar andere nuttige toepassingen. Biomassa kan een bestemming blijven voor hout waarvoor geen betere toepassing beschikbaar is. Zo blijft de waarde van het hout zo lang mogelijk behouden.
Het PEFC-initiatief biedt gemeenten een concrete mogelijkheid om hun ambities op het gebied van duurzaamheid en circulariteit verder te versterken. De uitdaging is om het beleid voor bomenbeheer en het beleid voor duurzaam inkopen en grondstoffengebruik met elkaar te verbinden. Boomrooierij Weijtmans wil daarin graag samen optrekken met opdrachtgevers, gemeenten en partners in de houtketen.
Want een stadsboom levert gedurende zijn leven een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving. Waarom zouden we die waarde na de kap niet zo lang mogelijk behouden? Duurzaam bomenbeheer stopt niet bij de kap. Daar begint een nieuwe verantwoordelijkheid.
Aanleiding voor dit artikel is de publicatie 'De stadsboom stopt niet bij kap', geschreven door Patricia Dolman, in Stad+Groen, editie 7/2026. Hierin wordt het PEFC-initiatief Bomen Buiten het Bos besproken, met bijdragen van de gemeente Zwolle en Boomrooierij Weijtmans.
Lees hier meer over het PEFC-programma 'Bomen buiten het Bos'